Effecten en technieken

 De saxofoon is een veelzijdig instrument en je kan dan ook veel verschillende dingen laten horen. Ik heb er in dit artikel een aantal omschreven.

Circular Breathing

Dit is het ademen en blazen tegelijkertijd. Dit is een eeuwen oude blaastechniek die nog in vele culturen voorkomt. Het kan erg handig zijn als de speler midden in een frase moet ademhalen.
Je bolt de wangen tijdens het blazen en perst, zonder ademsteun, de lucht van uit de wangen in het mondstuk. Tegelijkertijd haal je snel adem door de neus. Je verplaatst dus de functie van de longen naar de wangen.
Psychologisch is het niet mogelijk om tegelijkertijd in te ademen en uit te blazen, maar het is wel mogelijk om de luchtdruk te handhaven, zonder te blazen en je mond te gebruiken als de luchtzak van een doedelzak. Met dit (kleine) reservoir van lucht die de toon in stand houd kun je snel een hoeveelheid lucht door je neus inademen en je longen vullen, zodat je weer verder kunt blazen.
Dit proces van kleine beetjes lucht binnen halen zal je met veel oefenen, de mogelijkheid bieden om continu te spelen.
Het is uniek onder de blaasinstrumenten. Er wordt in tegenstelling tot bijvoorbeeld de trompet, met losse lippen geblazen.
Hoe oefen je het:
Begin deze oefeningen zonder instrument!

  1. Bol je wangen zo groot mogelijk op en pers de lucht naar buiten. Let er op dat je alleen de lucht van uit je wangen gebruikt en niet uit je longen.
  2. Herhaal stap 1 en haal nu tegelijkertijd ook adem door je neus. Dit is de belangrijkste en moeilijkste beweging van de "Circular Breathing".
  3. Herhaal stap 2 en als je wangen leeg zijn blaas dan de lucht uit je longen hier achteraan.
  4. Oefen nu de hele cyclus: Blaas de lucht uit je mond, bol tijdens het uitblazen je wangen, stop met blazen en pers de lucht uit je bolle wangen en haal tegelijkertijd adem door je neus. Zodra je wangen leeg zijn ga je weer blazen met de lucht uit je longen. Als dit allemaal een beetje lukt probeer deze stappen ook eens uit te voeren d.m.v. het blazen door een dun rietje in een glas met water. Blaas continu bellen in het water en vul de wangen met lucht. Blaas lucht uit de mond met de wangen en zorg dat er bellen blijven komen, adem snel in door de neus en blaas verder. De bellen mogen niet onderbroken worden. De moeilijkheid is de overgang tussen blazen met de longen en dan met de wangen, en andersom.

Als je deze techniek onder de knie hebt, moet je begrijpen wanneer je hem kan gebruiken. Saxofoon spelen is als zingen, de muzikale vorm en de verstaanbaarheid van de muziek
hangen af van de natuurlijke interpunctie van de menselijke behoefte aan ademhalen.

Flatterzunge
Tijdens het blazen produceer je een rollende R, hierdoor ontstaat een trillend geluid in de toon.
Het puntje van de tong wijst naar boven en trilt tegen je gehemelte. Zet de vleugels van je tong vast tegen de binnenkant van je bovenkiezen en produceer met het puntje van je tong
een rollende R. Zorg ervoor dat je tong niet tegen het riet aankomt.
Oefen dit door een rollende R te maken met je tong en dan langzaam het mondstuk in je mond te schuiven terwijl je dus door blijft rollen met de R. Maak dan je embouchure compleet door de lipspanning en luchtdruk op te voeren en tegelijkertijd met de rollende R een toon te produceren.

Een flutter-effect kan je ook krijgen door de „r‟ (achter inde mond) uit te spreken als de tongpunt -r niet werkt.

Tongslag/Tremolo
Dit klinkt als een ratelend geluid.
Tijdens het blazen beweegt je tong op en neer in de mond, vlak langs de punt van het mondstuk. De tong komt wel tegen het riet.

Dubbele tongslag
Het afwisselend aanzetten met de tong en keel.
Je maakteen „Tu‟ klank voor de tong en een „Kuh‟ klank voor de keelaanzet.
Stap 1:
Oefen dit zonder saxofoon door de volgende keel- en tong klanken te maken. TuKuhTuKuh etc. Let er op dat de keel aanzet(Kuh) iets meer kracht nodig heeft dan de tong aanzet.
Stap 2:
Herhaal stap 1 maar nu met het saxofoonmondstuk in je mond, maak nog geen saxofoongeluid.
Stap 3:
Herhaal stap 2 voer de luchtdruk en lipspanning op zodat er een toon ontstaat tijdens het voordurend maken van de keel en tongklanken.
Stap 4:
Er is ook een driedubbele tongslag: TuKuhTeTuKuhTe etc.


Slap Tongue
Dit is een percussieve „klak‟ klank.
Druk je tong stevig tegen het riet en trek hem krachtig los. Je tong blijft nu een beetje tegen het riet aanplakken. Door het lostrekken ontstaat de "klak" klank, waarbij de toonhoogte duidelijk hoorbaar is.
Van belang is dat je iets meer tong dan normaal tegen het riet aan plaatst.
Oefen eerst alleen met een rietje. Plak het riet tegen je tong aan en trekt het los. Ook kan je het thuis oefenen met een lepeltje. Leg het lepeltje met de ingedeukte kant om je tong en probeer het lepeltje vervolgens vast te houden met je tong.

Mouth Ram
Is het hetzelfde als een "slap tongue" je trekt nu alleen je onderlip en kaak los van het riet.
Je mond staat dus na de Mouth Rahm open.

Growl
Dat is het karakteristieke scheurende saxofoongeluid in de popmuziek.
Dit geluid is een combinatie van het saxofoongeluid en het zingen of schreeuwen door de saxofoon. De vibraties van de stembanden deelt de vibraties van de luchtkolom die voor het growling
effect zorgen.
Om dit te leren begin je met zingen of schreeuwen door de saxofoon nog zonder het saxofoongeluid. Voer langzaam de lucht- en lipspanning op zodat het saxofoongeluid en je stem samenklinken. Bij een Growl doet de toonhoogte er niet echt toe, als je maar niet dezelfde toon zingt. Het mooiste resultaat krijg je door hoog te spelen en laag te zingen.
Je kunt ook op een gefixeerde toonhoogte zingen en spelen tegelijkertijd. Wat je zingt, kan dus echt als een tweede stem klinken bij je saxofoontoon.


Glissando
Het geluid van de saxofoon is zo "buigzaam" dat het vaak moeilijk is om geen glissando te spelen op plaatsen waar dat niet geschikt is. Toonhoogte kan je variëren door het gebruikt
van de keel en mondholte. De achterkant van de tong speelt hierbij een belangrijke rol. De lipspanning wordt bij glissando‟s niet gevarieerd. Denk "oh" om de toon te verlagen, en "ieh"
om de toon te verhogen. Glissando‟s zijn makkelijker in het hoge register dan in het lage register.
Het glijden van de ene naar de andere toon.
Er zijn twee soorten glissandi.
1. Een chromatisch glissando.
2. Een glijdend glissando met embouchure en kleppen.

Dit laatste glissando werkt van laag naar hoog als volgt: Speel de begin toon en laat de eerst volgende klep zeer langzaam op komen. Zodra de toon begint te stijgen laat je het
embouchure zakken en de rest van de kleppen langzaam omhoog komen. Als de afstand tussen de greephoogte en de werkelijk klinken toonhoogte ongeveer een terts bedraagt, dan
probeer je de klank met je keel(O, A, I klank)om hoog te laten glijden je vingers laten de kleppen behoedzaam verder omhoog komen.
Het soepel gladde glissando ontstaat dus doordat de embouchure toonhoogte achter loopt bij de greep toonhoogte .Van hoog naar laag kan ook, begin dan eerst met het embouchure en laat de grepen later komen.

Bisbigliando
Dit is een vibrato -en trillerachtig effect.
De vibrato- en trillerachtige beweging gaat niet met de mond(kaak) maar met een klep of greep.

Bisbigliando klinkt als een triller alleen de afstand van de triller is nu zo klein mogelijk. Je trilt dus met een toon die net even een andere kleur heeft maar wel dezelfde toonhoogte.
BV.Speel een A en tril met klep 4.

Tremolo
Dat is een triller met een grotere afstand dan een secunde.

Dubbel triller
Dit is een zeer snelle triller, waarbij twee vingers op één klep afwisselend trillen. Dit is slechts mogelijk bij een klein aantal trillers. Tril bijvoorbeeld afwisselend met duim en wijsvinger van de rechterhand op de F-klep.

Percussieve geluiden
De saxofoon kan allerlei leuke slagwerk geluiden maken.
B.V.
1. met je vingernagel tegen het riet aan tikken
2. zonder te blazen een toonladder van C van c‟‟ naar c‟naar beneden spelen ; door het dicht drukken van de kleppen hoor je de resonantie van de toonhoogte in de buis.(Key-click)
3. Sis geluiden. Zonder geluid evt met grepen.
4. Zoen geluiden. Maak een zoen geluid met je mond, zorg dat het puntje van je mondstuk in je mond zit. Het geluid wordt dan versterkt door de buis.

Kwarttonen
De halve toonafstanden tussen de kleine secundes. Tussen de halve toonafstanden zijn nog kleinere afstanden mogelijk.

Sons de Trompette
Trompet spelen op de hals van de saxofoon.
Verwijder het mondstuk en speel met een trompetembouchure op de kale hals. Met de embouchure en het gebruik van de kleppen kan je de toonhoogte beïnvloeden.

Multiphonics
Multiphonics zijn meerklanken.
Het is mogelijk om op een saxofoon meer dan één klank tegelijkertijd te spelen. Veel van deze "multiphonics" worden gebruikt in de moderne muziek, de klank is meestal niet echt zuiver
maar het geeft een prachtig effect.

TopTones
Een saxofoon kan veel hoger dan de Fis‟‟‟ . Dit noem je "Toptones" of "altissimo".
Door het overblazen van de toon kan je de boventonen aanspreken, deze geven je de mogelijkheid om heel hoog te spelen.

  1. Probeer met de volgende greep (X C5) een zo hoog mogelijke pieptoon te spelen. Houdt hem vast en laat hem na een paar seconden langzaam naar beneden glijden. Dit doe je door het open zetten van je keel,als bij het gapen.
  2. Probeer met bovenstaande greep meerdere hoge tonen te spelen en van de ene naar de andere te glijden. Dit doe je door je keelholte afwisselend open en dicht te zetten. Houdt de onderkaak ontspannen. Probeer simpele liedjes te spelen met één greep.
  3. Speel een lage Bes en probeer de boventonen te treffen. Gebruik hiervoor de boven getrainde keelspieren.

In het altissimo register zijn er speciale grepen nodig die per instrument verschillen. Voor het altissimo register is ook een speciale speeltechniek nodig. Ook het embouchure is anders, de
tong bevindt hoog achter in de mondholte en de lipspanning wordt groter naarmate de toonhoogte hoger wordt. In principe is er geen bovenste limiet op het bereik van de saxofoon.


Subtone
Subtone is te vergelijken met de demper (sourdine) bij strijkers. Je kan het verkrijgen door de vibraties van het riet te dempen met je lip. De onderlip wordt naar buiten geduwd zodat het
een groter gedeelte van het riet bedekt. Ook wordt mondholte kleiner gemaakt door de tong omhoog te duwen. Doordat deze manier van blazen een grote weerstand veroorzaakt moet men ook harder blazen.
In principe zijn er twee manieren om subtone te spelen, de jazzmanier, die gepaard gaat met veel ruis (Ben Webster), en de klassieke manier, die veel wordt gebruikt door de componist
Christian Lauba, deze subtone is een schone toon met weinig boventonen. Subtone kan ook handig zijn bij het spelen van zachte lage noten. Je moet dit wel weten te gebruiken en
doseren, de klankkleur verschilt veel van het normale timbre van de saxofoon.